Adriaan de Winter

Een lijfspreuk van Adriaan de Winter is geworden: ‘Wie de geschiedenis niet kent, kan er ook niet uit leren’.

Wereldoorlog II is voor Adriaan de Winter een zeer nare evaring geweest, die nauwelijks uit zijn gedachten is weg te cijferen. De tweede dag van de oorlog was zijn huis al ten offer gevallen aan geweld. Door verzetsactiviteiten, onder meer als bezorger van illegale lectuur, kwam hij in kamp Amersfoort als politiek gevangene. Hij ontsnapte op weg naar een ander kamp en werd na een lange vlucht soldaat bij de geallieerden.

In 1983 is Adriaan de Winter pas gaan spreken over zijn ervaringen op scholen in Nederland, Duitsland en een enkele keer in de UK. Die geschiedenis is zeker voor jongelui belangrijk om te kennen en daaruit lessen te trekken die voor nu en de toekomst van belang zijn. Een vrij en vredig leven is mogelijk geworden door offers van velen. Dat 51 miljoen mensen werden gedood is een van de redenen de historie te kennen en daaruit te leren.

Adriaan de Winter studeerde architectuur om op te bouwen en niet te vernielen. In zijn pensioentijd legde hij zich toe op de studie filosofie.

In Nederland was de Tweede Wereldoorlog de grootste oorlog die wij ooit meegemaakt hebben. Het was een wereldoorlog aangezien er verschillende landen bij betrokken waren. De oorlog speelde zich af tussen 1940 en 1945. Verzet tegen Duitsers was levensgevaarlijk. De enkelen die dat wel durfden worden verzet strijders genoemd. Ze hielpen onderduikers aan een schuilplaats, vervalsten persoonsbewijzen en stalen voedselbonnen voor hen.